Pilot Schuldhulpverlening Nijmegen

Snelle hulp bij schulden kan veel ellende en maatschappelijke kosten voorkomen. Daarom is de gemeente Nijmegen samen met een aantal schuldeisers gestart met een pilot om schulden van burgers eerder te signaleren. Doel is mensen met een beginnende betalingsachterstand snel weer financieel op de rit te krijgen.

Waarom deze pilot?

De drempel naar schuldhulpverlening blijkt voor veel mensen nog altijd hoog: het duurt vaak wel vier jaar voordat mensen hulp vragen. Schulden zijn dan al hoog opgelopen en de problematiek is weerbarstig. In Nijmegen kwamen er bij Bureau Schuldhulpverlening in 2016 bijna 630 aanvragen voor hulp binnen, met gemiddeld een schuld van 31.766 euro bij zeven schuldeisers. Op initiatief van Walter Hamers, directeur van woningcorporatie Talis, en de gemeente Nijmegen is een pilot Vroegsignalering gestart om mensen met schulden vroegtijdig te benaderen met een aanbod voor hulp.

Wie werken eraan mee?

Bij de pilot werden de belangrijkste leveranciers van vaste lasten betrokken: de Nijmeegse woningcorporaties, energiebedrijf NUON, waterbedrijf Vitens en zorgverzekeraars CZ en VGZ. Projectleider Vroegsignalering Maria Buur: “De meeste van deze partijen zijn ieder voor zich actief in de preventie of het vroegtijdig te lijf gaan van schulden vanuit hun maatschappelijke verantwoordelijkheid.  Maar het overzicht ontbrak. Dat is een belangrijke meerwaarde van samenwerking.“

Wanneer interventie?

Als je gegevens over klanten uitwisselt, zijn er wat hobbels te nemen op het gebied van privacy en veiligheid. Daarom is gekozen voor samenwerking met Stichting BKR (BKR). De partijen leveren de NAW-gegevens van hun klanten met betalingsachterstand aan bij het BKR, waar vervolgens op basis van afgesproken criteria wordt bepaald wie in aanmerking komt voor hulp. Maria Buur: “Het bepalen van die criteria was overigens niet gemakkelijk. Als wordt gekozen voor een kortdurende achterstand, kan het zijn dat er niet echt iets aan de hand is. Iemand is gewoon vergeten te betalen of is op vakantie. Aan de andere kant wil je ook niet te laat zijn, want dan zijn de achterstanden misschien te hoog opgelopen om het snel te kunnen oplossen."
Uiteindelijk is ervoor gekozen een signaal af te geven bij een betalingsachterstand van maximaal honderd dagen. Daarnaast is er sprake van een match als er in een maand een betalingsachterstand bij twee partijen is. Bovendien wordt gekeken naar schulden in een periode van drie opeenvolgende maanden.

Wettelijke kaders

Bij de opzet van de pilot is veel aandacht geweest voor de juridische aspecten. De partijen hebben een convenant opgesteld voor de pilot Vroegsignalering en voor de gegevensverwerking. Het verstrekken van NAW- en financiële gegevens van partijen aan het BKR moet voldoen aan de Wet bescherming persoonsgegevens en de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Daarnaast moet de pilot voldoen aan specifieke regels waar bijvoorbeeld de nutsbedrijven en de ziektekostenverzekeraars mee te maken hebben.

Welke hulp wordt geboden?

“Is er een match, dan worden de incassomaatregelen van de partijen die het betreft op dat adres stopgezet. Het team Op-de-rit van Bureau Schuldhulpverlening van de gemeente komt dan in actie. In eerste instantie krijgt de betrokkene een hulpaanbod per post", zegt Maria Buur. “Wordt er geen contact opgenomen, dan gaat de klantmanager er in persoon op af. Samen met betrokkene kijkt de klantmanager naar het financiële huishouden van de klant. Welke schulden zijn er? Welke inkomsten zijn er en wat zijn de vaste lasten? Mogelijk worden er betalingsregelingen getroffen. Na deze ‘eerste hulp’ wordt indien nog nodig een passend aanbod voor een vervolgtraject gedaan. Dat kan via het reguliere traject schuldhulpverlening of via een van de ketenpartners die in Nijmegen actief zijn in schuldhulpverlening.”

Als er niet binnen twee maanden afspraken met de klant gemaakt kunnen worden, wordt het incassotraject weer hervat. Ook bij mensen die niet ingaan op het hulpaanbod houdt de gemeente de vinger aan de pols: na drie maanden wordt nog eens contact opgenomen.

Hoe reageren de klanten?

Ongevraagd iemand benaderen over schulden, hoe gaat dat? Marit Lijnse, coördinator Vroegsignalering bij Bureau Schuldhulpverlening: “Mensen reageren wisselend: sommigen zijn blij dat er aandacht is voor hun probleem, anderen zijn juist afhoudend. Komen we eenmaal binnen, dan zijn de problemen heel verschillend. Vaak zijn de aangeleverde achterstanden slechts het topje van de ijsberg en is de schuldenproblematiek veel groter. Soms zijn het alleen een paar achterstanden, ontstaan door bijvoorbeeld een wijziging in inkomen. Vaak is sprake van andere problematiek; psychiatrische problemen of een gokverslaving. Onze ervaring is dat het grootste gedeelte van mensen die wij spreken zelf op dit moment nog geen hulp gezocht zou hebben. Samen met de klant proberen we zo snel mogelijk de financiën weer op de rit te krijgen, een goede oplossing te vinden of in elk geval erger te voorkomen. ”

De resultaten: een tussenstand

Over de eerste vijf maanden voldeden 139 mensen aan de criteria. Zij hadden in totaal 307 betalingsachterstanden en een gemiddelde schuld van vijfhonderd euro bij de aanmelders. Er is contact geweest met 104 bewoners. Aan 69 personen/huishoudens is daadwerkelijk hulp geboden. Vaak bleek de schuldenproblematiek al wat groter te zijn en in sommige gevallen kwam het tot een reguliere aanvraag schuldhulpverlening.

Klanten blijken vaak meerdere schulden te hebben bij andere schuldeisers. Omdat veel  mensen toch al meerdere schulden hebben, rijst de vraag of het wel gaat om echte ‘vroegsignalering'. Die vraag wordt  verder onderzocht.

Een andere vraag is of er voldoende mensen bereikt worden. Mensen die een nieuwe zorgverzekeraar hebben of een contract hebben met een andere energiemaatschappij worden minder snel bereikt. Onderwerp van onderzoek is daarom de vraag of meer partijen kunnen aansluiten, zoals meer energiebedrijven en ziektekostenverzekeraars.

Uit de praktijk
'Ik kwam precies op het goede moment'

Aanmelding december 2016
Aanmelders: de gemeente (€ 157,15) en het waterleveringsbedrijf (€ 64,33)

“Ik voelde me bijna bezwaard toen ik bij deze mevrouw voor de deur stond. Is het wel de moeite waard om langs te gaan, als het zo’n kleine schuld betreft? Dat bleek wel zo te zijn, sterker nog, ik kwam precies op het goede moment. Een halfjaar eerder was mevrouw gestart met een nieuwe baan. Tegelijkertijd kreeg zij een nieuwe woning toegewezen, dus moest zij naast een nieuwe baan ook verhuizen. Een erg drukke tijd voor mevrouw. Helaas kreeg zij al snel een conflict met haar werkgever. Deze betaalde de overuren en de reiskosten niet uit zoals volgens mevrouw zou moeten. Uiteindelijk is dit conflict zo hoog opgelopen dat mevrouw depressief thuis kwam te zitten. Hierdoor kon zij het niet meer opbrengen de financiën goed bij te houden. Op het moment dat ik bij haar aanbelde opende zij haar post niet meer en werden rekeningen niet allemaal meer op tijd betaald. Inmiddels heb ik voor haar begeleiding geregeld die bij haar thuiskomt om met haar de financiën maandelijks na te kijken. Ook heb ik een regeling getroffen voor een andere schuld. Met de werkgever is het helaas niet meer goed gekomen, maar met mevrouw zelf gaat het een stuk beter, haar financiën heeft zij gelukkig weer op orde.”

 

Uit de praktijk
'Meneer heeft niets met papieren of computers'

Aanmelding januari 2017
Aanmelders: de zorgverzekeraar (€ 482,80) en de gemeente (€ 4.050,66)

“Meer dan € 4.000,- aan schuld klinkt niet als vroegsignalering en dat is het eigenlijk ook niet. Omdat meneer de betalingsregeling voor deze schuld niet is nagekomen, is hij bij ons aangemeld. Meneer heeft nog meer schulden, de totale schuldenlast is hoog. Hij is bekend bij de schuldhulpverlening. Hij heeft in het verleden vaker aanvragen ingediend en deze vervolgens weer ingetrokken, telkens met de reden dat hij het toch zelf wil proberen. Ook bij de eerste aanmelding bij ons is dit de boodschap. Hij heeft net weer werk gevonden en wil het toch zelf proberen. In februari wordt meneer opnieuw bij ons aangemeld en krijgt hij van ons nogmaals een flyer. Hij neemt contact met ons op,  wil graag een gesprek, want misschien gaat hij het zo niet redden.  Uiteindelijk blijkt in dat gesprek dat het heel lastig is voor meneer om de financiën te regelen. Ook zonder schulden zou het hem niet goed af gaan. Meneer heeft niets met papieren of computers. Hij werkt in de bouw en voelt zich daar veel prettiger bij. Uiteindelijk spreken we af dat ik voor hem een bewindvoerder zoek. Dit lost de schuld nog niet direct op, maar is wel een eerste belangrijke stap.”